Wanneer de bevolking de echte economische realiteit van de haven begrijpt, verdwijnt het draagvlak vanzelf
DE KIJK VAN KEGELS
Wanneer de bevolking de echte economische realiteit van de haven begrijpt, verdwijnt het draagvlak vanzelf
Ik ben altijd een voorstander geweest van een grote, sterke en economisch performante haven, omdat de haven gedurende tientallen jaren niet alleen een internationale economische motor was voor Vlaanderen, maar ook een rechtstreeks en voelbaar verschil maakte voor de mensen die in deze regio woonden, werkten en hun leven opbouwden rond alles wat met de maritieme economie verbonden was. Generaties gezinnen leefden rechtstreeks of onrechtstreeks van de havenactiviteiten, lokale handelaars draaiden mee op het ritme van de dokken, bedrijven investeerden hier omdat de haven groeide en heel de streek voelde de economische dynamiek die vanuit Antwerpen en de Linkeroever werd gecreëerd.
Dat was jarenlang ook perfect verdedigbaar, omdat men toen effectief kon aantonen dat bijkomende havenontwikkeling rechtstreeks verbonden was met bijkomende werkgelegenheid, bijkomende industrie, bijkomende economische activiteit en een duidelijke lokale maatschappelijke meerwaarde die zichtbaar en tastbaar aanwezig was in het dagelijkse leven van de mensen.
"Vroeger kon men havenuitbreiding verdedigen met zichtbare lokale welvaart, echte bijkomende tewerkstelling en een duidelijke economische return voor de regio."
Maar precies daar begint vandaag het fundamentele verschil met de moderne havenrealiteit die men veel te weinig eerlijk durft uit te leggen aan de bevolking, want de haven van vandaag werkt economisch compleet anders dan de haven van twintig, dertig of veertig jaar geleden, terwijl men de bevolking nog altijd probeert te overtuigen met dezelfde economische slogans van vroeger alsof er inhoudelijk niets veranderd is.
Transhipment is vandaag immers uitgegroeid tot het dominante economische model waarop de internationale containerwereld draait, en dat heeft de volledige logica van moderne havens fundamenteel veranderd. De grote containerschepen die vandaag onze havens binnenvaren, functioneren namelijk niet langer als klassieke vrachtschepen die volledig gelost worden in één haven waarna goederen lokaal verwerkt, opgeslagen of verdeeld worden, maar eerder als gigantische internationale distributieplatformen die containers oppikken, afzetten en opnieuw meenemen richting andere wereldhavens.
Een schip wordt vandaag vaak niet eens meer volledig gelost. Een deel van de containers wordt afgezet, andere containers worden opnieuw meegenomen en vervolgens vertrekt het schip zo snel mogelijk richting een volgende bestemming, omdat snelheid, efficiëntie en doorstroming vandaag de absolute economische prioriteiten van de internationale containerwereld geworden zijn.
Dat systeem noemt men transhipment.
En precies daar begint ook de maatschappelijke discussie fundamenteel te veranderen.
Want de haven van Port of Antwerp-Bruges verwerkt vandaag meer dan 13,5 miljoen containers per jaar en behoort daarmee tot de absolute top van Europa, maar tegelijk moet men ook eerlijk durven zeggen dat zulke gigantische groeicijfers vandaag niet meer automatisch betekenen dat daar ook proportioneel meer lokale werkgelegenheid tegenover staat.
Integendeel zelfs.
Automatisering neemt jaar na jaar toe, terminals worden steeds digitaler gestuurd, logistieke processen verlopen computergestuurd, kranen vervangen steeds meer klassieke handenarbeid en de efficiëntie waarmee containers verwerkt worden stijgt voortdurend, waardoor de schaal van de haven weliswaar gigantisch blijft groeien, maar de arbeidsintensiteit tegelijk steeds verder afneemt.
Vraag het aan eender welke havenarbeider die hier al twintig of dertig jaar actief is en hij zal exact hetzelfde vertellen, namelijk dat hij vandaag grotere schepen ziet, meer containers ziet, grotere terminals ziet en meer trafiek ziet dan ooit tevoren, maar tegelijk ook ziet hoe de klassieke arbeid op de kaaien stilaan verdwijnt onder de druk van schaalvergroting en automatisering.
"Grotere schepen betekenen vandaag niet automatisch meer mensen op de kaaien."
En precies daarom begint het maatschappelijk draagvlak vandaag steeds sneller af te brokkelen, omdat mensen intuïtief voelen dat de verhouding tussen de enorme ruimtelijke impact van de havenuitbreiding en de lokale economische return steeds moeilijker uit te leggen valt.
Vlaanderen is vandaag door zijn geografische ligging uitgegroeid tot één van de belangrijkste logistieke draaischijven van Europa, waardoor wij stilaan steeds meer functioneren als een internationaal doorvoerland waar containers binnenkomen, verschoven worden en vervolgens opnieuw vertrekken richting Duitsland, Frankrijk, Nederland en Centraal-Europa zonder dat een groot deel van die economische stroom hier nog werkelijk lokaal verankerd blijft.
Dat is de economische realiteit van vandaag.
Containers passeren hier sneller dan ooit tevoren, maar blijven vaak amper nog in België aanwezig.
De lasten van dat systeem blijven echter volledig lokaal voelbaar.
De verkeersdruk blijft hier.
De spoorinfrastructuur blijft hier.
De bijkomende wegenwerken blijven hier.
De impact op open ruimte blijft hier.
De druk op onze dorpen blijft hier.
De leefbaarheidsproblemen blijven hier.
Maar een groot deel van de economische doorstroming verspreidt zich internationaal.
"Vlaanderen wordt steeds minder een productiehaven en steeds meer een gigantische transitregio van Europa."
En precies daarom moeten we ons vandaag stilaan een fundamentele vraag durven stellen die men politiek liever uit de weg gaat, namelijk of Vlaanderen werkelijk nog miljoenen vierkante meters bijkomende ruimte moet opofferen om uiteindelijk vooral extra internationale doorvoer mogelijk te maken zonder dat daar nog dezelfde lokale economische return tegenover staat als vroeger.
Want laat ons eerlijk zijn: de havenuitbreiding zal er wellicht komen.
De economische prognoses zullen op papier indrukwekkend ogen.
De studies zullen spreken over noodzakelijke capaciteit.
De rapporten zullen groei voorspellen.
De cijfers zullen aantonen dat uitbreiding economisch logisch is.
Maar met cijfers kan men vandaag bijna alles bewijzen wanneer men vertrekt vanuit de juiste economische aannames.
En precies daar wringt het debat fundamenteel.
Want achter heel dit verhaal zit een realiteit waar men veel minder open over communiceert, namelijk de enorme druk die de grote internationale rederijen vandaag uitoefenen op het Havenbedrijf van Port of Antwerp-Bruges en dus onrechtstreeks ook op de Vlaamse regering.
De boodschap van die grote spelers is eigenlijk vrij eenvoudig:
"Als jullie niet uitbreiden, dan dreigen trafieken op termijn naar andere havens te verschuiven."
Maar laat ons daar ook eens eerlijk over zijn.
Die dreiging mag vandaag geen doorslaggevend argument meer zijn, omdat Antwerpen zich in een unieke positie bevindt die men niet zomaar elders kan kopiëren. Dankzij de getijdendokken, de maritieme toegang via de Schelde en de logistieke ligging richting het Europese hinterland beschikt Antwerpen over troeven die men niet zomaar in een paar jaar ergens anders opbouwt.
De grootste containerschepen ter wereld kunnen hier terecht.
De infrastructuur bestaat.
De logistieke kennis bestaat.
De hinterlandverbindingen bestaan.
Dus waarom zouden die rederijen zomaar vertrekken?
Niet omdat ze Vlaanderen graag zien, maar omdat Antwerpen economisch en logistiek gewoon té belangrijk is binnen de internationale containerketen.
"De angst dat de rederijen morgen vertrekken, wordt vandaag veel te gemakkelijk gebruikt om gigantische uitbreidingen door te drukken."
En precies daarom moeten we ons vandaag afvragen waarom er plots enorme haast moet gemaakt worden met nog eens miljoenen extra containers, terwijl deze regio ondertussen al meer dan vijfentwintig jaar wacht op fundamentele mobiliteitsoplossingen en ontsluitingswegen die de leefbaarheid van onze dorpen eindelijk structureel zouden beschermen.
Want daar zit vandaag de echte frustratie van de bevolking.
Wanneer het gaat over bijkomende containercapaciteit, bijkomende dokken en bijkomende economische infrastructuur, dan blijkt plots alles mogelijk:
studies,
miljardeninvesteringen,
procedures,
politieke urgentie,
versnelde trajecten.
Maar wanneer inwoners van de Linkeroever al tientallen jaren vragen om structurele bescherming van hun leefomgeving, deftige ontsluitingswegen, verkeersveiligheid en fundamentele mobiliteitsoplossingen, dan blijkt alles plots "complex", "moeilijk", "langlopend" of "budgettair uitdagend".
En mensen voelen dat perfect aan.
De menselijke prijs die de Linkeroever betaald heeft voor de economische ontwikkeling van Vlaanderen is enorm geweest.
Dorpen verdwenen.
Landbouwgrond verdween.
Gezinnen leefden jarenlang in onzekerheid.
Generaties mensen zagen hun omgeving fundamenteel veranderen onder de druk van havenuitbreiding en industrialisering.
Maar jarenlang werd die zware maatschappelijke prijs ergens nog aanvaard omdat men voelde dat daar ook werkelijk iets tegenover stond.
Werkgelegenheid.
Lokale economische groei.
Toekomst voor kinderen en kleinkinderen.
Dat verzachtte voor veel mensen de pijn van wat verloren ging.
Alleen begint precies daar vandaag het probleem te ontstaan.
Want steeds meer mensen voelen dat die lokale return stilaan afneemt.
"Wanneer mensen voelen dat hun regio steeds meer moet opofferen zonder dat hun kinderen daar nog dezelfde toekomst voor terugkrijgen, begint het draagvlak vanzelf te verdwijnen."
En dan komen we automatisch ook terecht bij de rol van bepaalde actiecomités en historische tegenbewegingen, waar men vandaag eveneens eindelijk eens eerlijk over moet durven spreken.
Want laat ons eerlijk zijn: sinds de verbondsteksten en bepaalde gemaakte afspraken lijkt een groot deel van het vroegere verzet plots opvallend milder geworden.
Waarom?
Omdat bepaalde "heilige huisjes" uiteindelijk gespaard gebleven zijn.
En laat ons eerlijk zijn: bij sommigen mag men dat zelfs letterlijk nemen.
In het laatste stuk van Oud Arenberg wonen nog steeds mensen die jarenlang symbool stonden voor het verzet tegen de havenuitbreiding en mee aan de basis lagen van Doel 2020, maar die vandaag tegelijk zien dat hun eigen situatie en delen van Doel in bepaalde scenario's grotendeels gevrijwaard blijven.
Natuurlijk blijft men hier en daar nog kritiek geven om niet volledig van zijn historische voetstuk te vallen tegenover de eigen achterban, maar de realiteit is dat veel van die groepen vandaag ondertussen mee in het verhaal zitten omdat hun eigen situatie grotendeels veiliggesteld werd.
En mensen voelen dat perfect aan.
"Zodra de eigen heilige huisjes gespaard blijven, verandert principieel verzet plots opvallend snel in stilzwijgend compromis."
Dat is misschien menselijk.
Iedereen probeert zijn eigen omgeving te beschermen.
Maar men moet dan ook eerlijk zijn tegenover de bevolking.
Want ondertussen blijft de globale impact op de regio gewoon verder toenemen.
Meer infrastructuur.
Meer logistiek.
Meer containers.
Meer druk op leefomgeving.
Meer industrialisering.
En dan organiseert men op het einde van deze maand in alle stilte een infomarkt in CC Ermenrike over een miljardenbeslissing van de Vlaamse overheid die de toekomst van onze regio decennialang zal bepalen.
Alsof men het opnieuw probeert te behandelen als een gewone administratieve oefening.
Ze zullen het nooit leren, denk ik dan.
Want precies die aanpak heeft er jarenlang voor gezorgd dat het wantrouwen tegenover grote havenprojecten alleen maar groter geworden is.
Mensen voelen perfect aan wanneer beslissingen eigenlijk al lang genomen zijn en participatie vooral dient om achteraf te kunnen zeggen dat men "geluisterd" heeft.
En precies daarom denk ik dat men vandaag zwaar onderschat hoe snel de publieke opinie rond verdere havenuitbreiding kan kantelen zodra de bevolking de volledige economische realiteit van de moderne haven begint te begrijpen.
Want uiteindelijk gaat dit debat niet meer alleen over containers, dokken of economische groei.
Het gaat over de fundamentele vraag hoeveel leefruimte Vlaanderen nog wil opofferen voor een economisch model dat steeds minder lokaal verankerd raakt en steeds meer draait rond internationale goederenstromen die hier vooral passeren.
En dat debat moet eindelijk eens volledig eerlijk gevoerd worden.
Zonder slogans.
Zonder politieke marketing.
Zonder economische rookgordijnen.
Want zodra de bevolking de volledige waarheid ziet, vrees ik dat het maatschappelijk draagvlak veel kleiner zal blijken dan men vandaag durft toegeven.
F.Kegels vu
